

Backgammon is een bordspel voor 2 spelers waarin u uw stenen over het bord naar uw eigen kant brengt en ze daar als eerste van het bord probeert te halen. Twee dobbelstenen bepalen elke beurt hoeveel u mag verplaatsen; u bepaalt met welke stenen u dat doet. Die tweedeling is het hele spel: het toeval geeft u de middelen, de keuze is van u.
Een partij duurt 10 tot 30 minuten. Er is geen bank en geen inzet, en dus staat er bij dit spel ook geen huisvoordeel. Hieronder staat de opzet van het bord, hoe een beurt werkt, wat slaan en de balk doen, wat de verdubbelingskubus met een inzet doet, en hoe de verhouding tussen toeval en vaardigheid hier werkelijk ligt.
Wat u op het bord probeert te doen
Het bord heeft 24 velden, verdeeld over vier kwadranten. Beide spelers hebben 15 stenen en bewegen die in tegengestelde richting: wat voor u vooruit is, is voor uw tegenstander achteruit. Uw doel is al uw stenen in het kwadrant te krijgen dat uw thuisveld is, en ze daarna van het bord te halen.
Wie zijn laatste steen als eerste van het bord haalt, wint. Heeft de verliezer dan nog geen enkele steen uitgespeeld, dan telt de partij zwaarder; staat er ook nog een steen van hem op de balk of in uw thuisveld, dan zwaarder nog. Zonder inzet is dat een kwestie van eer, met inzet een kwestie van het bedrag.
De beginopstelling en wie mag beginnen
De beginopstelling ligt vast: elke steen begint op een veld dat de regels bepalen, spiegelbeeldig voor beide spelers. Wij zetten die verdeling hier niet veld voor veld neer, omdat ze in elke uitgave van het spel staat afgebeeld en daar te controleren is. Wat u wel moet weten: een fout opgezet bord geeft een partij die niet klopt.
Het begin wordt beslist met de dobbelstenen. Beide spelers gooien er één; wie het hoogste getal heeft, begint en speelt die twee getallen als zijn eerste beurt. Gooien beide hetzelfde, dan wordt opnieuw gegooid.
Hoe een beurt werkt
U gooit twee dobbelstenen. Elk getal is één verplaatsing: u zet twee verschillende stenen elk het aantal velden van één steen, of u zet dezelfde steen twee keer achter elkaar. Bij een dubbelworp — twee gelijke getallen — speelt u dat getal vier keer.
U mag alleen op een veld landen dat vrij is, dat uw eigen stenen bezet houden, of waarop één losse steen van uw tegenstander staat. Kunt u de ogen van beide stenen gebruiken, dan moet u dat; kan er maar één, dan speelt u die; kan er niets, dan vervalt uw beurt. Dat laatste voelt als pech en is het ook, maar het is een regel en geen uitzondering.
Slaan, de balk en het risico van één losse steen
Een veld met twee of meer stenen van dezelfde speler is bezet: de tegenstander kan er niet landen. Een veld met precies één steen is dat niet. Landt u daar met een eigen steen, dan wordt de losse steen geslagen en van het bord gehaald naar de balk in het midden.
Een steen op de balk moet opnieuw het spel in, en dat kan alleen in het thuisveld van de tegenstander. Zolang dat niet lukt, mag u niets anders zetten. Daarmee is het achterlaten van losse stenen de belangrijkste beslissing van het spel: u kiest voortdurend tussen snelheid en veiligheid, en de dobbelstenen straffen die keuze onmiddellijk af of belonen haar.
De verdubbelingskubus maakt er een inzetspel van
Naast het bord ligt bij serieus spel een kubus met getallen erop. Wie aan de beurt is en vindt dat hij ervoor staat, kan de inzet verdubbelen voordat hij gooit. De tegenstander heeft dan twee mogelijkheden: aannemen, waarna er voor het dubbele wordt gespeeld en hij de kubus in bezit krijgt, of opgeven, waarmee de partij eindigt tegen het bedrag dat er voor de verdubbeling stond.
Dit onderdeel maakt van een bordspel een spel met een inzet, en het is de reden dat een partij duurder kan uitpakken dan bij het begin was afgesproken: een tweemaal verdubbelde partij staat op een veelvoud van de oorspronkelijke inzet, en de zwaardere uitslagen tellen daar bovenop. Wie om geld speelt, spreekt dus ook af of de kubus meedoet.
Wat de dobbelstenen bepalen en wat u bepaalt
De dobbelstenen bepalen uw mogelijkheden en niet uw zet. Bij elke worp kiest u uit een beperkt aantal verplaatsingen, en die keuze is te beoordelen: hoeveel losse stenen laat u achter, hoeveel velden houdt u bezet, hoe ver staat u achter in de race. Daarom geldt dit spel als middelmatig moeilijk en niet als eenvoudig.
Over veel partijen wint de sterkere speler; over één partij kan de worp beslissen. Wat niet bestaat, is een gooitechniek of een reeks die de stenen naar u toe buigt. Dobbelstenen houden geen administratie bij van wat er eerder viel — dezelfde vaststelling die bij craps de meeste denkfouten verklaart. Het verschil is dat u hier na de worp nog iets te beslissen heeft.
Geen huisvoordeel, en wat er verandert met geld op tafel
Bij de casinospellen in dit dossier staat een huisvoordeel: het deel van elke inzet dat op de lange duur bij de aanbieder blijft. Bij backgammon staat dat veld leeg: u speelt tegen een tegenstander en niemand organiseert de partij. In dat opzicht lijkt het op poker, met dit verschil dat er aan de keukentafel ook geen rake van de pot afgaat.
Speelt u om geld, dan komt de kansspelwetgeving in beeld, en of een spel daaronder valt hangt af van omstandigheden die wij hier niet kunnen wegen: wie de gelegenheid geeft, wat er wordt ingelegd en in welke mate de uitkomst door vaardigheid wordt bepaald. Wat de wet regelt en wie erop toeziet, staat op de pagina over de Nederlandse gokwet. Welke limieten en welke hulp bestaan bij spelen met geld, staat op verantwoord spelen.
Veelgestelde vragen
Kunnen er meer dan twee mensen backgammon spelen?
Moet ik altijd de ogen van beide dobbelstenen gebruiken?
Wat gebeurt er als ik een steen op de balk heb staan?
Is de verdubbelingskubus verplicht?
Is backgammon een kansspel of een behendigheidsspel?
Waarom staat er bij dit spel geen huisvoordeel in de gegevens?
Andere spelregels
Bronnen
- Wet op de kansspelen — geconsolideerde wettekst op wetten.overheid.nl
- Kansspelautoriteit — toezichthouder op de Nederlandse kansspelmarkt
- Loket Kansspel — onafhankelijke hulplijn bij gokproblemen








